Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 4 augustus 2020
QBenefits B.V.,
Goudse Levensverzekeringen N.V.,
Het verloop van de procedure in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
Indien de Uitvoeringsovereenkomst eindigt, vervallen de dan lopende verzekeringen zonder waarde op de datum van beëindiging. Dit geldt echter niet voor de volgende verzekeringen, die met inachtneming van de voorwaarden van de verzekering worden voortgezet:
Kan jij de heer [werknemer] ziekmelden bij de Goudse Levensverzekeringen. Helaas is bij de heer [werknemer] is vast gesteld dat hij niet meer beter gaat worden. De ziekmelding loopt vanaf 20 maart 2014.”
Hierbij doe ik je de mededeling dat de heer [werknemer] – polisnummer (…) zich ziek heeft gemeld en niet meer beter wordt. Hij zal binnen afzienbare tijd komen te overlijden. Welke stukken heb jij nodig om de polis premievrij door te laten lopen en e.e.a. correct aan te laten tekenen op de polis, omdat dit collectief (automatisch) stopt per 01-01-2015?”
Bedankt voor uw bericht. Erg vervelend om te horen. Om dit goed te kunnen verwerken hebben wij een UWV verklaring van meneer [werknemer] nodig. Hierna kunnen wij de polis premievrij door laten lopen.”
Om te bepalen of er een uitlooprisico is op dit contract is het heel belangrijk dat wij de UWV verklaring van meneer [werknemer] hebben. Dit heb ik eerder in december bij u opgevraagd. Deze hebben wij nog niet ontvangen. Graag ontvangen wij deze van u zo snel mogelijk. Mochten wij deze niet ontvangen moet ik helaas melden dat er geen dekking is.”
Indien de Uitvoeringsovereenkomst eindigt, vervallen de dan lopende verzekeringen zonder waarde op de datum van beëindiging. Dit geldt echter niet voor de volgende verzekeringen, die met inachtneming van de voorwaarden van de verzekering worden voortgezet:
ingegane wachttijdgehele of gedeeltelijk vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid van de verzekerde
zal worden verleend. Op het moment van het eindigen van de uitvoeringsovereenkomst op 1 januari 2015 was [werknemer] ziek en gold dat na voltooiing van de wachttijd, die op 20 maart 2014 was ingegaan, premievrijstelling zou worden verleend. [werknemer] viel aldus op dat moment onder de categorie, omschreven in het tweede gedachtestreepje van artikel 14 lid 6 van Pro de uitvoeringsovereenkomst; de wachttijd was reeds ingegaan en de verlening van premievrijstelling lag nog in de toekomst, namelijk het moment dat hij de wachttijd zou volmaken. De vraag is of hieraan afdoet dat [werknemer] vervolgens voor de voltooiing van de wachttijd aan zijn ziekte is overleden. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Het ligt immers niet voor de hand om de vraag of een verzekering op enig moment doorloopt, afhankelijk te maken van op dat moment nog toekomstige en dus onzekere omstandigheden. Nog minder is dit het geval wanneer, zoals in elk van de drie in art. 14 lid 6 onderscheiden Pro categorieën, het gezondheidsrisico in verband waarmee de verzekering dekking biedt, reeds is ingetreden. Een uitleg volgens welke personen die bij het eindigen van de uitvoeringsovereenkomst reeds arbeidsongeschikt zijn wel dekking genieten als zij de wachttijd nadien volmaken, maar niet als zij tijdens de wachttijd overlijden aan de ziekte waardoor zij zijn uitgevallen, is ook ongerijmd. Goudse heeft in de stukken geen redelijke verklaring gegeven voor de achtergrond van deze door haar bepleite uitleg van de polisvoorwaarden. Ook tijdens het pleidooi heeft de vertegenwoordiger van Goudse deze uitleg niet van een redelijke toelichting voorzien. Voor zover de door Goudse bepleite uitleg te maken heeft met (administratieve) afspraken tussen verzekeraars onderling geldt dat dit in ieder geval niet kenbaar is voor Meyn als verzekeringnemer. De stelling dat het een verzekeraar nu eenmaal vrijstaat om binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet (HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793), volstaat in dit geval daarom niet. Dat er alsnog (met terugwerkende kracht) geen dekking meer is, althans alsnog geen dekking meer blijkt te ontstaan, wanneer de werknemer op enig moment na het beëindigen van de uitvoeringsovereenkomst maar voor de voltooiing van de wachttijd overlijdt, valt naar het oordeel van het hof niet uit art. 14 lid 6 af Pro te leiden en evenmin uit de andere bepalingen van de uitvoeringsovereenkomst, het pensioenreglement en de aanvullende voorwaarden 2010. Dat Meyn werd bijgestaan door Qbenefits maakt dat niet anders.
Beslissing
opnieuw rechtdoende: