Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 4 augustus 2020
[naam ],
Total Travel B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“(…) De opbrengsten voor [naam ] afgezet tegen haar kosten over de periode sinds voornoemd beslag genereren een minimaal resultaat, waaruit zelfs uzelf als eigenaresse amper in uw inkomen kan voorzien. Overigens voert [naam ] geen salarisadministratie en is er geen sprake van facturen waarmee de heer [vennoot 1] in de hoedanigheid van ZZP-er zijn werkzaamheden aan [naam ] in rekening zou brengen, zoals – naar ik begrijp – Total Travel suggereert. De heer [vennoot 1] staat niet eens geregistreerd als ZZP-er.”
Grief 1is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de afgelegde derdenverklaring onjuist is. [appellante] voert aan dat [vennoot 1] op geen enkele manier betaald is voor zijn vrijwilligerswerkzaamheden. Uitsluitend zijn onkosten zijn vergoed. [appellante] betoogt dat [vennoot 1] juist misbruik heeft gemaakt van de bankpas door daarmee geld op te nemen voor privé-uitgaven of privé-betalingen. Met
grief 2voert [appellante] aan dat zij wel degelijk om terugbetaling heeft gevraagd van de privé-betalingen en de privé-uitgaven die [vennoot 1] met de zakelijke bankpas heeft gedaan.
Grief 3komt op tegen het oordeel dat [vennoot 1] onbeperkt gebruik van de leaseauto kon maken en
grief 4is gericht tegen de veroordeling als zodanig.
met uitzonderingvan de bedragen die zijn uitbetaald voor een onkostendeclaratie. In dat oordeel van de rechtbank ligt besloten dat, wanneer er een betaling aan [vennoot 1] plaatsvond waar gemaakte onkosten tegenover stonden, het niet ging om een bedrag dat door het beslag getroffen was. Nu ook daartegen geen incidenteel appel is ingesteld, is het hof aan dat oordeel gebonden. Dat geldt ook voor de – overigens door het hof onderschreven – oordelen van de rechtbank ten aanzien van de leaseauto en de telefoon. Grief 3 kan daarom onbesproken blijven. Bij die grief heeft [appellante] geen belang omdat de rechtbank niet ten nadele van haar over de leaseauto en de telefoon heeft beslist.
“los van de kwestie van de werkzaamheden die [vennoot 1] voor [naam ] heeft verricht en de conclusies die daaruit getrokken zouden moeten worden (…), er ernstige tekortkomingen in de informatie- en afdrachtverplichting zijn opgetreden en er bovenmatige nieuwe schulden zijn ontstaan.”Het hof heeft in die procedure, waarin Total Travel overigens geen partij was, dus niet geoordeeld dat er tussen [appellante] en [vennoot 1] geen rechtsverhouding bestond.
Beslissing
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 12 september 2018 en 9 januari 2019;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Total Travel tot op heden begroot op € 2.020,- aan griffierecht en € 4.173,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.