ECLI:NL:GHDHA:2019:89
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- A.E. Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Wijziging ingangsdatum regeling woonlasten na beëindiging affectieve relatie
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee kinderen zijn geboren. Na het beëindigen van hun relatie in 2012 woonden zij niet meer samen, maar hadden zij tijdelijke afspraken gemaakt over de verdeling van woonlasten en huishoudkosten, waarbij de man zijn salaris minus een bedrag op een gezamenlijke rekening stortte.
De rechtbank had de regeling gewijzigd met ingang van het vonnis in 2017, maar de man stelde dat de wijziging terug moest gaan tot de dagvaarding in 2016. Hij vorderde tevens terugbetaling van gelden die hij op de gezamenlijke rekening had gestort na het uit elkaar gaan van partijen.
Het hof oordeelde dat de vrouw de gelden terecht heeft gebruikt voor woonlasten en huishoudkosten en dat er geen sprake is van een natuurlijke verbintenis. De ingangsdatum van de wijziging van de regeling werd door het hof gewijzigd naar 20 januari 2016, de datum van de dagvaarding. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De vordering van de man tot terugbetaling van gelden wordt afgewezen en de ingangsdatum van de wijziging van de regeling wordt gesteld op 20 januari 2016.