ECLI:NL:GHDHA:2019:837
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruiming voormalige echtelijke woning na echtscheiding
In deze zaak vordert de man in hoger beroep vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter dat hem verplicht de voormalige echtelijke woning te verlaten en zich uit te schrijven als bewoner. De woning is op naam van de vrouw gesteld in het kader van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk. De man betwist de rechtsgeldigheid van deze toedeling en voert aan dat hij onvoldoende is voorgelicht en de Nederlandse taal niet machtig was.
De vrouw voert verweer en benadrukt dat zij sinds 1999 volledig eigenaar is van de woning en dat de man voldoende tijd heeft gehad om andere woonruimte te vinden. Ook wijst zij op de gespannen verhouding tussen partijen en de negatieve impact daarvan op de kinderen.
Het hof overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld en dat de man geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. De eigendomstoedeling is al twintig jaar geleden overeengekomen en de vrouw kan vrij over de woning beschikken. Gezien de situatie is het niet wenselijk dat partijen onder één dak blijven. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en compenseert de proceskosten zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de man de voormalige echtelijke woning moet verlaten en zich moet uitschrijven als bewoner.