ECLI:NL:GHDHA:2019:701
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vorderingen wegens dwaling bij vaststellingsovereenkomst pensioenbijdrage
Appellant was sinds 2007 in dienst bij Lyondell Chemie Nederland B.V. (LCN) en sloot in 2015 een beëindigingsovereenkomst waarin een vergoeding en een aanvullende pensioenbijdrage waren opgenomen. Later bleek dat de pensioenbijdrage hoger was dan oorspronkelijk geschat vanwege een eerdere waardeoverdracht, wat leidde tot een geschil over een extra bedrag van €7.547,--. Appellant vorderde betaling van dit bedrag en aanvullende pensioenrechten.
De kantonrechter wees de vorderingen af, stellende dat LCN de overeenkomst correct was nagekomen en dat appellant geen recht had op wijziging wegens dwaling. In hoger beroep betoogde appellant dat sprake was van wederzijdse dwaling over de pensioenbijdrage en onjuiste informatie over het arbeidsongeschiktheidspensioen.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat LCN onjuiste inlichtingen had gegeven of dat LCN hem had moeten informeren over de gevolgen van de waardeoverdracht en de pensioenbijdrage. Tevens was niet aannemelijk dat appellant zonder dwaling een andere overeenkomst had gesloten. Het beroep op dwaling faalde daarom. Ook het beroep op dwaling over het arbeidsongeschiktheidspensioen werd verworpen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat LCN hem hierover onjuist had voorgelicht of dat zij hem had moeten informeren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vorderingen van appellant wegens dwaling afwijst en veroordeelt appellant in de proceskosten.