Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Beschikking van de meervoudige kamer van 27 maart 2019
- [in] 2013 is in Rotterdam [erflaatster] (hierna: erflaatster) overleden; zij is de moeder van alle in deze zaak betrokken partijen en belanghebbenden.
- Erflaatster heeft [in] 1976 een testament laten opmaken waarin zij haar echtgenoot, [echtgenoot erflaatster] , tot enig erfgenaam heeft benoemd. In dit testament is overigens niet afgeweken van de bepalingen van het wettelijk erfrecht.
- [echtgenoot erflaatster] is overleden [in] 2003, zodat partijen en belanghebbenden de enige erfgenamen zijn in de nalatenschap van erflaatster.
- In haar testament heeft erflaatster, mocht [echtgenoot erflaatster] voortijdig komen te overlijden, verweerder tot executeur benoemd. Verweerder heeft na het overlijden van erflaatster de taak als executeur geaccepteerd.
- [echtgenoot erflaatster] is de oprichter geweest van [de B.V.] Verweerder is thans voor 60% aandeelhouder in voornoemde B.V. en tevens enig bestuurder.