ECLI:NL:GHDHA:2019:650
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening
In deze strafzaak tegen verdachte is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. Op de zitting in hoger beroep op 21 februari 2019 is de verdachte niet verschenen. Uit onderzoek blijkt dat de dagvaarding niet aan het juiste adres van de verdachte is betekend, terwijl een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was.
De verdachte had bij de eerste aanleg een adres opgegeven dat naar het oordeel van het hof als woon- of verblijfplaats in de zin van artikel 588, eerste lid, onder b, 2°, van het Wetboek van Strafvordering moet worden beschouwd. Omdat de dagvaarding niet aan dit adres is betekend en de verdachte niet is verschenen, verklaart het hof de dagvaarding nietig.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 21 februari 2019. De nietigheid van de dagvaarding betekent dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens een procedurele tekortkoming.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan het adres van de verdachte.