ECLI:NL:GHDHA:2019:522
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Geen draagkracht voor kinderalimentatie bij bijstandsniveau en beslag wegens schulden
Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen met hoofdverblijfplaats bij de moeder. De rechtbank had bepaald dat de man kinderalimentatie moest betalen van €54 per maand per kind vanaf 14 november 2017. De man kwam in hoger beroep en stelde dat hij geen draagkracht heeft vanwege verlies van werk, detentie en aanzienlijke schulden waarop beslag ligt tot de maximale beslagvrije voet.
De vrouw voerde aan dat de man wel draagkracht had, dat hij niet voldoende had aangetoond dat hij niet meer werd opgeroepen voor werk en dat de schulden niet goed waren onderbouwd. Ook stelde zij dat de inhoudingen op de bijstandsuitkering voortvloeien uit bijstandsfraude.
Het hof oordeelde dat de man vanaf 14 november 2017 leefde van een bestaansminimum, mede door beslag op zijn bijstandsuitkering en zijn schulden van ruim €88.000. Volgens vaste rechtspraak beïnvloeden schulden de draagkracht. De man en zijn partner beschikken slechts over 90% van de bijstandsnorm, zodat geen draagkracht voor kinderalimentatie resteert.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover het kinderalimentatie betreft en wees het verzoek van de vrouw af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot kinderalimentatie af wegens het ontbreken van draagkracht bij de man.