Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
1.[geïntimeerde 1] v.o.f. ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
“Onder huur als casco wordt verstaan, de huur van (…) de bouwmuren zonder pui(en) (…) inclusief de in de bouwmuren aanwezige kozijnen, ramen en deuren, de nutsvoorzieningen tot waar de (hoofd)meter is/komt dan wel tot een ander primair aansluitpunt (…).”
“Er is sprake van een gebrek van het gehuurde als het gezien de staat of gezien een eigenschap of een andere niet aan huurder toe te rekenen omstandigheid niet aan huurder het genot kan verschaffen dat huurder daarvan bij het aangaan van de huurovereenkomst mag verwachten.”
“De lekkages aan de muren van het restaurant en de keuken dateren al vanaf 2002. De oorzaak ligt NIET bij ons als verhuurder, maar bij [eigenaar pand 2] , de eigenaar van pand [pand 2] met het platte dak met ondeugdelijke hemelwater (…)”
“Ter voorbereiding van de comparitie (…) deel ik u namens cliënten mede dat na de regen van 8 en 9 juni 2017 wederom sprake was van forse lekkages. Cliënten hebben hiervan filmbeelden gemaakt, welke zijn toegezonden aan de advocaat van [appellant 1] c.s. (…)”
Grief 1bevat de volgende bezwaren. Er was slechts sporadisch sprake van lekkage, alleen bij extreme weersomstandigheden: [geïntimeerde 1] c.s. hebben voor het eerst op 29 november 2015 geklaagd over lekkage, vervolgens pas 7 maanden later weer, te weten op 17 juni 2016, en daarna is pas in juni 2017 weer een melding geweest van lekkage. Van die laatste lekkage staat overigens niet vast dat de oorzaak dezelfde is als van de eerdere lekkages. Nu er slechts af en toe bij zeer extreme weersomstandigheden lekkage is geweest en niet is vastgesteld dat de bedrijfsvoering van [geïntimeerde 1] er onder heeft geleden, is geen sprake van verminderd huurgenot. Daarom kunnen de lekkages niet als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro worden aangemerkt. Mocht het voorgaande niet opgaan, dan geldt dat [appellant 1] c.s. als verhuurder niet gehouden kan worden om de lekkage te verhelpen omdat de oorzaak van de lekkage niet was gelegen in een gebrek aan het gehuurde, maar in een gebrek aan het naastgelegen pand. Nu het pand op 23 september 2016 is verkocht en geleverd aan de nieuwe eigenaar [X] , is feitelijke reparatie door [appellant 1] c.s. bovendien onmogelijk geworden. Wat betreft de factuur voor schilderwerk van € 1.122,88 merken [appellant 1] c.s. nog op dat deze dateert van 4 november 2015, terwijl de eerste melding van lekkage van 29 november 2015 dateert; dit is onverklaarbaar.
Grief 2houdt in dat een huurprijsvermindering van dertig procent over de gehele periode niet evenredig is aan de vermindering van het huurgenot, temeer nu alleen sporadisch, bij extreme weersomstandigheden sprake was van lekkage en de bedrijfsvoering van [geïntimeerde 1] c.s. er niet of nauwelijks onder heeft geleden. Bovendien geldt dat op 17 juni 2016 door [geïntimeerde 1] c.s. aan [appellant 1] c.s. een ultimatum is gesteld om de lekkage te verhelpen, op straffe waarvan door hen een loodgieter ingeschakeld zou worden. Door het verstrijken van dit ultimatum wordt de lekkage op 20 juni 2016 geacht verholpen te zijn.
Grief 3richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant 1] c.s. tot het herstel van de houten kozijnen dienen over te gaan.
Grief 4houdt in dat [appellant 1] c.s. het gehuurde als casco en niet als restaurant verhuurden, wat betekent dat zij niet gehouden waren tot herstel van de elektrische installatie.
Grief 1houdt in dat de kantonrechter ten onrechte de vordering tot herstel van de natuurstenen grondplaat voor de voordeur heeft afgewezen.
Grief 2richtte zich tegen de afwijzing van de vordering tot herstel van de marmeren vloertegels in de gang. Bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep hebben [geïntimeerde 1] c.s. echter verklaard dat zij geen belang meer hebben bij deze grief omdat de tegels inmiddels door [X] zijn hersteld. Het hof zal deze grief dan ook niet bespreken. Met
grief 3voeren [geïntimeerde 1] c.s. aan dat de door de kantonrechter opgelegde dwangsom te laag is en onvoldoende prikkel heeft gevormd voor het herstel van de lekkage: de volledige dwangsom was al verbeurd voordat [appellant 1] c.s. actie ondernamen om de lekkage te herstellen.
- [geïntimeerde 1] c.s. hebben gesteld (memorie van antwoord, randnummer 46), en [appellant 1] c.s. hebben niet weersproken, dat de door [geïntimeerde 1] c.s. gemelde lekkages allemaal hebben plaatsgevonden op dezelfde locatie, te weten aan de achterwand van het gehuurde, die de achterwand van het restaurantgedeelte en van de keuken vormt.
- Na de overdracht van het pand aan [X] heeft Dekra (in opdracht van de verzekeraar van [appellant 1] c.s.) een onderzoek uitgevoerd. Zij heeft op 4 januari 2017 gerapporteerd dat zij het aannemelijk acht dat de oorzaak van de lekkages van de afgelopen jaren erin is gelegen dat tijdens hevige regenval in combinatie met hevige windvlagen, hemelwater in één van de schoorsteenkanalen terecht kan komen en doordringt tot in het restaurant. Tot dan toe was de focus gericht op twee schoorstenen, die volgens [appellant 1] c.s. beide tot het naastgelegen pand van [eigenaar pand 2] behoren.
- In juni/juli 2017 hebben weer lekkages plaatsgevonden in de keuken. Aan de hand van filmbeelden van de lekkage heeft Aktie Totaalinstallateurs onderzoek verricht. Zij heeft toen vastgesteld dat precies op de plek van de lekkage sprake is van een derde afgeblinde schoorsteen (zie e-mail van 28 juli 2017; r.o. 14). Gebreken aan deze afgeblinde schoorsteen waren volgens haar de oorzaak van de lekkage. Aktie Totaalinstallateurs heeft in juli/augustus 2017 reparaties daaraan uitgevoerd en sindsdien hebben geen lekkages meer plaatsgevonden.
- [appellant 1] c.s. hebben tijdens het pleidooi erkend dat deze derde afgeblinde schoorsteen onderdeel vormt van het pand.
.Bij de beantwoording van de vraag in hoeverre het gebrek tot huurprijsvermindering moet leiden, is wel van belang in hoeverre en in welke mate het gebrek het huurgenot verstoort, zoals hierna wordt overwogen.
gevolgschade lekkages
herstel kozijnen
- recht doende op de in hoger beroep door [geïntimeerde 1] c.s. bij vermeerdering van eis gevorderde:
- veroordeelt [appellant 1] c.s. hoofdelijk tot terugbetaling van 10% van de reeds betaalde reguliere huurprijs over de periode van 29 november 2015 tot en met september 2016;
- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde;