ECLI:NL:GHDHA:2019:3760
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- P.B. Kamminga
- A.H.N. Stollenwerck
- F. Ibili
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging voortgezet gebruik woning na relatiebreuk met minderjarige kinderen
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. Na hun relatiebreuk in februari 2018 woonden de kinderen beurtelings bij beide ouders in de gezamenlijke woning. De vrouw vorderde dat zij alleen gerechtigd zou zijn tot het gebruik van de woning en dat de man de huurovereenkomst zou opzeggen. De man vorderde het omgekeerde.
De kantonrechter wees het gebruiksrecht toe aan de man, wat het hof bekrachtigt. Het hof oordeelt dat het belang van de man bij het voortgezet gebruik zwaarder weegt, mede omdat hij de huur nu betaalt en de kinderen zo in de woning kunnen blijven. De vrouw kon haar stelling dat zij actief op woningen reageerde niet onderbouwen.
De vrouw vorderde ook terugbetaling van door haar aan de man betaalde bedragen, maar dit werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de man het voortgezet gebruik van de woning krijgt toegewezen en wijst de vorderingen van de vrouw af.