ECLI:NL:GHDHA:2019:3724
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks verzoek moeder tot terugplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen beschikkingen van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind verlengen. Het hof verklaart haar niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de deelbeschikkingen van november 2018 en mei 2019 vanwege overschrijding van de beroepstermijn, maar ontvangt haar hoger beroep tegen de beschikking van juli 2019.
De moeder betoogt dat zij hersteld is van het verleden met huiselijk geweld, beschikt over een stabiele woon- en werksituatie en opvoedvaardigheden, en dat terugplaatsing in het belang van het kind is. De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat het kind vanwege zijn hechtingsproblematiek en ontwikkelingsachterstanden een pleeggezin nodig heeft met bovengemiddelde opvoedvaardigheden.
Het hof acht het KSCD-rapport goed onderbouwd en concludeert dat de moeder thans onvoldoende tegemoetkomt aan de opvoedbehoeften van het kind. Terugplaatsing zou schadelijk zijn gezien de hechtingsproblematiek. Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van 2 juli 2019 en wijst het verzoek tot terugplaatsing af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot terugplaatsing af.