ECLI:NL:GHDHA:2019:3684
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A. Zonneveld
- A.H.N. Stollenwerck
- M. Th. Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gezagsbeëindiging na ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die het ouderlijk gezag over haar minderjarige kinderen beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. De minderjarigen zijn sinds februari 2019 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een gezinshuis.
De moeder betoogt dat de termijn van drie maanden sinds de uithuisplaatsing te kort is om een evenwichtige belangenafweging te maken en dat zij inmiddels bereid is mee te werken aan hulpverlening. Zij stelt dat de thuissituatie en haar persoonlijke situatie zijn verbeterd en dat terugkeer van de kinderen mogelijk moet blijven.
De raad en de gecertificeerde instelling benadrukken de ernst van de situatie, de hechtingsproblematiek bij de kinderen en het belang van een stabiele opvoedingssituatie buiten het ouderlijk huis. Het hof overweegt dat het verzoek tot beëindiging van het gezag te vroeg is gedaan, gezien de korte periode sinds de uithuisplaatsing en de positieve ontwikkelingen bij de moeder.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot gezagsbeëindiging af. Wel wordt het verzoek om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing toegewezen voor een periode van zes maanden, zodat duidelijkheid ontstaat over het toekomstperspectief van de minderjarigen.
Uitkomst: Verzoek tot beëindiging gezag afgewezen; ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing toegewezen voor zes maanden.