ECLI:NL:GHDHA:2019:358
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslag op uitkering voor achterstallige partneralimentatie ondanks betwisting overeenkomst finale kwijting
Partijen zijn gescheiden en de man is verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. De vrouw legde executoriaal derdenbeslag onder het UWV op de uitkering van de man voor een aanzienlijke achterstand in partneralimentatie. De man stelde dat partijen een overeenkomst hadden gesloten waarbij hij een bedrag zou betalen en de vrouw zou afzien van verdere vorderingen, maar het hof kon in de kort gedingprocedure niet vaststellen of deze overeenkomst tot stand was gekomen.
De voorzieningenrechter had het beslag geweigerd op te heffen, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof benadrukte dat een kort gedingprocedure niet geschikt is om definitief vast te stellen of een overeenkomst bestaat of wat de inhoud daarvan is. De man werd geadviseerd een bodemprocedure te starten voor nakoming.
De proceskosten werden gecompenseerd omdat partijen ex-echtelieden zijn. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het beslag op de uitkering blijft gehandhaafd.