Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 19 februari 2019
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Grief 1ziet op rov. 3.1 van het bestreden vonnis waarin de kantonrechter het beroep van [Broer een] op art. 3:68 BW Pro heeft verworpen, omdat deze bepaling van toepassing is wanneer sprake is van een volmacht terwijl het in dit geval gaat om en/of-rekeningen op naam van de moeder en/of [Broer twee] , hetgeen betekent dat zowel de moeder als [Broer twee] zelfstandig bevoegd zijn gebruik te maken van de bankrekeningen zonder dat daarvoor toestemming van de ander is vereist. Volgens de grief heeft de kantonrechter met dit oordeel miskend dat tussen de moeder en [Broer twee] sprake was van een rechtsverhouding krachtens volmacht, waardoor het [Broer twee] als gevolmachtigde op grond van art. 3:68 BW Pro niet was toegestaan rechtshandelingen ten behoeve van zichzelf te verrichten. Volgens de grief worden de uitgaven van in totaal € 10.806,31 die vanaf de en/of-rekeningen zijn gedaan door dit verbod getroffen, nu deze uitgaven ten gunste van [Broer twee] zijn gedaan en niet is gebleken dat de in art. 3:68 BW Pro genoemde uitzondering op dit verbod zich voordoet. Dit betekent volgens de grief dat de uitgaven zonder rechtsgrond zijn gedaan, zodat vanuit de nalatenschap een vordering op [Broer twee] bestaat tot terugbetaling van het totaalbedrag van deze uitgaven.
Grief 2keert zich tegen rov. 3.2 van het bestreden vonnis waarin de kantonrechter het beroep van [Broer een] op misbruik van omstandigheden in de zin van art. 7:176 BW Pro heeft afgewezen, omdat [Broer een] niet heeft voldaan aan zijn stelplicht. Van [Broer een] had gezien de gemotiveerde betwisting door [Broer twee] ten minste verwacht mogen worden dat hij het gestelde misbruik nader zou concretiseren en met feiten en omstandigheden zou onderbouwen, hetgeen [Broer een] volgens de kantonrechter heeft nagelaten. Met een beroep op art. 7:176 jo Pro. art. 3:44 lid 4 BW Pro voert de grief aan, kort gezegd, dat, ervan uitgaande dat de aan de orde zijnde uitgaven vanaf de en/of-rekeningen zijn aan te merken als schenkingen van de moeder aan [Broer twee] , deze schenkingen door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen gelet op de zowel in financieel als persoonlijk opzicht volledig afhankelijke positie van de moeder van [Broer twee] en gelet op de geestelijke gesteldheid van de moeder.
Grief 3betreft een veeggrief en heeft geen zelfstandige betekenis.
Beslissing
€ 868,95;