ECLI:NL:GHDHA:2019:340
Gerechtshof Den Haag
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over verhaalsrecht pensioenpremie bij loondoorbetaling tijdens ziekte
In deze zaak tussen Steinweg-Handelsveem B.V. en HDI-Gerling Verzekeringen N.V. heeft het Gerechtshof Den Haag prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd over de reikwijdte van het verhaalsrecht van de werkgever op grond van artikel 6:107a BW.
De kernvraag is of de pensioenpremie die een werkgever verplicht doorbetaalt tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid van een werknemer onder het loonbegrip van artikel 6:107a BW valt. Daarnaast is de vraag gesteld of er een onderscheid moet worden gemaakt tussen het werknemers- en werkgeversgedeelte van deze pensioenpremie.
HDI heeft een aanvullende vraag voorgesteld die ziet op de toepassing van het loonbegrip uit titel 10 van boek 7 BW en artikel 7:629 BW Pro, waarbij zij betoogt dat pensioenpremies niet onder het loonbegrip van artikel 7:629 lid 1 BW Pro vallen. Steinweg betwist deze verenging en wijst erop dat artikel 6:107a BW ook verwijst naar aanspraken uit individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten.
Het hof heeft geoordeeld dat de oorspronkelijke vragen voldoende zijn en dat beantwoording daarvan door de Hoge Raad zal bijdragen aan de oplossing van het geschil. Het hof houdt verdere beslissing aan in afwachting van het prejudiciële oordeel.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en verzoekt de Hoge Raad prejudiciële vragen te beantwoorden over het loonbegrip en verhaalsrecht van pensioenpremies tijdens ziekte.