Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeksde periode van 08 oktober 2018 tot en met 20 november 2018 te Delft, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster], door die [aangeefster]
(veelvuldig
)te bellen en
/of (veelvuldig
)sms-berichten te zenden en
/of (meermalen
)te mailen en
/of(meermalen) bij de woning en/of het werk van die [aangeefster] langs te gaan met het oogmerk die [aangeefster], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 08 oktober 2018 tot en met 20 november 2018 te Delft, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 08 oktober 2018 gegeven door de officier van justitie te Den Haag kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich van contact zou onthouden met [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1988 te Amersfoort;
of omstreeks5 januari 2019 te Delft opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning gelegen aan de [adres],
in elk geval enig goed,d
iegeheel of ten dele aan een ander, te wetenaan
, in ieder geval aan een ander of anderentoebehoorde, heeft vernield
, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
of omstreeks5 januari 2019 te Delft in de woning, [adres], bij
een ander, te weten bij[aangeefster]
, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte,in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen.
1.belaging.
4.in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
100 (honderd) dagen.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van
maatregel, strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de verdachte voor de duur van
5 (vijf) jaren
vervangende hechtenisvoor de duur van
1 (één) weekzal worden toegepast voor ieder keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.
ten hoogte 6 (zes) maandenbedraagt.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.