ECLI:NL:GHDHA:2019:3327
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.H.N. Stollenwerck
- A.N. Labohm
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aanhechting echtscheidingsconvenant en verdeling huwelijksgemeenschap
Partijen zijn gehuwd in Turkije en hebben twee minderjarige kinderen. Tijdens de echtscheidingsprocedure is een convenant gesloten op 17 mei 2017, dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Den Haag van 20 december 2018.
De man is in hoger beroep gekomen tegen de aanhechting van het convenant, stellende dat het convenant niet meer geldig was en dat partijen een nieuwe verdeling van de huwelijksgemeenschap wensten. De vrouw verzet zich hiertegen en stelt dat het convenant terecht is aangehecht.
Het hof overweegt dat partijen weliswaar hebben geprobeerd een nieuw convenant te sluiten, maar hierin niet zijn geslaagd. Omdat geen nieuw convenant is ingediend, blijven partijen gebonden aan het oorspronkelijke convenant van 17 mei 2017, dat overeenkomstig hun gezamenlijk verzoek in de beschikking is opgenomen.
Het beroep van de man wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en bevestigt dat het convenant van 17 mei 2017 bindend is.