Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 24 december 2019
[appellant ] ,
[geïntimeerde]
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- [appellant ] betwist dat [geïntimeerde] na 1 maart 2015 de volledige huursom heeft betaald;
- er is niet sprake van één, maar van twee afzonderlijke huurovereenkomsten;
- het was in ieder geval de bedoeling van partijen om twee overeenkomsten te sluiten;
- nadat [appellant ] het gehuurde heeft verlaten, heeft [geïntimeerde] de gehele ruimte in gebruik genomen. Er is tussen de Home Castle en [geïntimeerde] een nadere overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan [geïntimeerde] als enige huurder van het geheel heeft te gelden;
- als er sprake is van één huurovereenkomst, dient [geïntimeerde] toch op verschillende gronden de gehele huursom te voldoen.
- of en zo ja, per wanneer [geïntimeerde] het gehele huurpand in gebruik heeft genomen en op welke wijze (welke ruimtes en/of op welke wijze werden deze door [geïntimeerde] gebruikt);
- of en zo ja per wanneer, [geïntimeerde] de BTW voor het gehele pand in aftrek heeft gebracht;
- per wanneer [geïntimeerde] met de verhuurder overeenstemming heeft bereikt over de huur van het gehele pand, welke overeenstemming heeft geresulteerd in de overeenkomst van 1 november 2016. Het hof beveelt [geïntimeerde] de betreffende nadere overeenkomst in het geding te brengen (de overeenkomst behoort, anders dan partijen stellen, nog niet tot de stukken; het proces-verbaal van de comparitie maakt geen melding van nadere stukken en het griffiedossier bevat het bedoelde document ook niet);
- waarom heeft [geïntimeerde] pas nadat [appellant ] de procedure tot terugbetaling van de waarborgsom begon, aanspraak gemaakt op betaling van de helft van de huur vanaf 1 maart 2015 tot 1 november 2016 en daarvóór niet?
- of [geïntimeerde] de verhuurder heeft verzocht eerst verhaal te zoeken bij [appellant ] voor diens deel van de huursom, alvorens zich tot [geïntimeerde] te wenden?
- of [geïntimeerde] informatie heeft van de verhuurder dat deze, anders dan [appellant ] stelt, wel eerst aanspraak heeft gemaakt op betaling door [appellant ] ?
- of [appellant ] nog betwist dat [geïntimeerde] de volledige huur heeft voldaan (en zo ja op welke gronden, gelet op de betalingsbewijzen van [geïntimeerde] , die bij memorie van antwoord zijn overgelegd).
Beslissing
- stelt partijen in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over de hierboven achter 13 geformuleerde vragen;
- verwijst de zaak naar de rol van 21 januari 2020 voor een akte aan de zijde van [appellant ] en bepaalt dat [geïntimeerde] op die akte reageert op 18 februari 2020;
- houdt iedere verdere beslissing aan.