ECLI:NL:GHDHA:2019:3267
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.F. Lagerwerf-Vergunst
- W.P.C.M. Bruinsma
- B.P. de Boer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van dagvaarding wegens niet juiste betekening in hoger beroep
In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof Den Haag. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 november 2019 bleek dat de betekening van de appeldagvaarding niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften van artikel 588 Sv Pro had plaatsgevonden.
De dagvaarding was niet uitgereikt op het adres dat in de volmacht tot het instellen van hoger beroep was opgegeven, terwijl dit adres redelijkerwijs als de feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte kon worden beschouwd. Pogingen om de dagvaarding op het BRP-adres van de verdachte te betekenen waren niet geldig, omdat dit adres een penitentiaire inrichting betrof waar de verdachte op dat moment niet verbleef.
De verdachte was niet aanwezig bij de zitting en er was geen aanwijzing dat hij op andere wijze van de zittingsdatum op de hoogte was gesteld. Daarom werd de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard en kon de zaak niet inhoudelijk worden behandeld.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet juiste betekening, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is.