ECLI:NL:GHDHA:2019:306
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nakoming pensioenverdeling conform Boon/Van Loon arrest
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen tot 1988. In 1989 werd het pensioen verdeeld conform het Boon/Van Loon arrest, waarbij de man de opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken kreeg, met de verplichting om de helft aan de vrouw uit te keren zodra deze opeisbaar werden.
De vrouw vorderde nakoming van achterstallige betalingen van het pensioen. De kantonrechter veroordeelde de man tot betaling van € 3.386,14 plus wettelijke rente. De man ging in hoger beroep en stelde onder meer dat de kantonrechter niet bevoegd was en dat de vordering onjuist was berekend.
Het hof oordeelde dat de vordering de nakoming van een overeengekomen verdeling betrof en dat de kantonrechter bevoegd was. De man had niet erkend dat hij de vordering had erkend, maar in hoger beroep kon hij alsnog verweer voeren. Het hof stelde vast dat de vrouw een onjuist uitgangspunt hanteerde door de helft van het gehele pensioen te vorderen, terwijl volgens het Boon/Van Loon arrest het bijzonder nabestaandenpensioen buiten beschouwing moet blijven.
De correcte berekening leidde tot een achterstand van € 493,87 over de periode van 1 juni 2013 tot en met 31 december 2017. Het hof veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag plus wettelijke rente en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot betaling van € 493,87 plus wettelijke rente aan de vrouw en compenseert de proceskosten.