ECLI:NL:GHDHA:2019:290
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending procesregels bij mishandeling
In hoger beroep is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging tegen verdachte wegens mishandeling van zijn levensgezel. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete van €400, subsidiair 8 dagen hechtenis. Het hof oordeelde dat het bewijs mager was en dat het OM de verdachte niet correct had opgeroepen voor de verplichte OM-hoorzitting, aangezien de oproeping alleen naar een achterhaald adres was gestuurd. Hierdoor was de verdachte niet in de gelegenheid gesteld zijn standpunt te geven.
Daarnaast was de dagvaarding voor de politierechterzitting te laat verzonden, waardoor de wettelijke termijn van ten minste tien dagen niet werd gerespecteerd. De verdachte had geen afstand gedaan van deze termijn. Ook was er kritiek op een door het CJIB berekende verhoging van administratiekosten, wat volgens het OM de goede procesorde verder schaadde.
Het hof concludeerde dat deze tekortkomingen zodanig waren dat het OM afstand had gedaan van het recht tot vervolging. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van procesregels bij oproeping en dagvaarding.