ECLI:NL:GHDHA:2019:2844
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en afwijzing vorderingen man
De man is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag inzake de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap met de vrouw. Hij formuleerde zes grieven, waaronder de erkenning van een schuld aan een derde, de verdeling van de opbrengst van een woning in Turkije, en de waardering van de inventaris van zijn eenmanszaak.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de vermeende schuld aan de derde, en dat deze schuld niet als gemeenschapsschuld kan worden aangemerkt. De verkoopopbrengst van de woning in Turkije behoort volgens het hof gelijkelijk verdeeld te worden, ook al is de opbrengst alleen aan de man toegekomen. De rechtbank heeft de juiste juridische kaders gehanteerd ten aanzien van de ING-bankleningen en de waardering van de inventaris van de eenmanszaak.
Verder wijst het hof de vordering van de man af met betrekking tot regionale belastingen en de bijdrage aan het levensonderhoud van de zoon. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van de man af.