ECLI:NL:GHDHA:2019:2829
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verrekening pensioenrechten en verdeling voormalig echtelijke woning na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verrekening van pensioenrechten die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd, met toepassing van de Boon/Van Loon-regeling. De vrouw vordert alsnog verrekening van de pensioenrechten van de man, terwijl de man zich beroept op rechtsverwerking en redelijkheid en billijkheid. Daarnaast speelt een regresvordering van de man ter zake van een door hem afgelost krediet en de vraag of de voormalige echtelijke woning al is verdeeld.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er een gemeenschap bestaat over de pensioenrechten opgebouwd tussen 1983 en 1991 en dat verrekening plaatsvindt, met verrekening van de regresvordering van het krediet. De vrouw stelt dat de man ten onrechte pensioenrechten met een eerdere echtgenote verrekent en dat de woning niet is verdeeld. De man betwist dit en stelt dat de vrouw onvoldoende inzage geeft in haar pensioen.
Het hof oordeelt dat rechtsverwerking niet is aangetoond, dat de man de pensioenrechten moet verrekenen en dat de aanspraken van de eerdere echtgenote meewegen. De regresvordering wordt bevestigd omdat het krediet is aangewend voor huwelijkse schulden. Over de woning is onduidelijkheid, daarom wordt de zaak aangehouden om de akte van levering door de vrouw aan de man te overleggen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor overleg van de akte van levering van de voormalig echtelijke woning, waarna verdere beslissing volgt.