Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] Advies B.V.,
[appellant 2],
1.[geïntimeerde],
Win V B.V.,
“Herziening BTW ivm niet zakelijk belast sinds 1-1-2015”.
3.14. Op 1 februari 2016 heeft [geïntimeerde] aan [appellant 1] de volgende e-mail gestuurd:
a) [ex-partner geïntimeerde] heeft een beroep gedaan op dwaling bij het aangaan van de huurovereenkomst, nu [geïntimeerde] voor een te hoog bedrag aan vooraftrek btw zou hebben genoten aangezien het gehuurde destijds door [geïntimeerde] voor maximaal 10% werd gebruikt voor met omzetbelasting belaste prestaties;
door [appellant 1] Advies genoemde bedragen derhalve maximaal 10% van € 118.797 of te wel € 11.879 moeten worden herzien.
- verklaart [appellant 1] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 juni 2018, voor zover gewezen tussen [geïntimeerde] c.s. en [appellant 1] Advies;
opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [geïntimeerde] c.s. tot terugbetaling aan [appellant 1] Advies van hetgeen door (de verzekeraar van) [appellant 1] Advies meer aan [geïntimeerde] c.s. is betaald dan het bedrag van € 8.000,- met de daarover verschuldigde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 8 december 2016 tot aan 15 juni 2018, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over hetgeen teveel is betaald vanaf 15 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- compenseert de proceskosten zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, in die zin dat elke partij zijn/haar eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.