Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 24 september 2019
BrightContact Technology B.V.,
Het geding
De feiten
“Levering CCI-Specialist(en) en Support 2014”(hierna: de Aanbesteding). In het kader van de Aanbesteding heeft de Belastingdienst onder meer een beschrijvend document (hierna: het Beschrijvend Document) opgesteld waarin het doel, de omvang en nadere specificaties van de aanbesteding beschreven zijn.
- i) levering van een vaste
- ii) levering van een dynamische
- iii) levering van supportcontracten en uitbreiding van licenties betrekking hebbende op de bestaande functionaliteit van het CCI-platform; en
- iv) levering van supportcontracten en licenties met betrekking tot in productie genomen nieuwe functionaliteiten van het CCI-platform.
“Het leveren van Diensten ten behoeve van voortbrenging, Beheer, Onderhoud en Exploitatie door Opdrachtgever van het CCI Platform”(hierna: de Overeenkomst) gesloten. De ingangsdatum van de Overeenkomst was 12 december 2014. De Overeenkomst had een looptijd van drie jaar.
“Artikel 10 Bevindingen Pro Inzetplan
winst- en omzetderving;
kosten gemaakt ter beperking of vaststelling van gevolgschade.
on siteaanwezigheid van de CCI-specialisten.
De vorderingen en de beslissing van de rechtbank
remotewerken, zodat voor een korting geen aanleiding was. BrightContact heeft verder de noodzaak van het inschakelen van een vervangende CCI-specialist betwist, zodat voor verrekening van de daarmee gemoeide kosten volgens haar geen plaats is.
remotegewerkte uren niet is komen vast te staan dat deze zijn gemaakt. Voorts heeft de Belastingdienst volgens de rechtbank op goede gronden mogen verlangen dat de CCI-specialisten hun werkzaamheden volledig
on siteuitvoerden. Nu vaststaat dat dit in december 2014 en januari 2015 niet gebeurd is, mocht de Belastingdienst op grond van artikel 10.10 en 10.11 van de Overeenkomst een effectiviteitskorting in mindering brengen op de Facturen. Ten slotte was de Belastingdienst naar het oordeel van de rechtbank bevoegd de door hem gemaakte kosten voor de inzet van een externe CCI-specialist, die door het tekortschieten van BrightContact nodig was, te verrekenen met de Facturen van BrightContact. Ten aanzien van de door BrightContact gevorderde schadevergoeding voor de gestelde tekortkomingen door de Belastingdienst heeft de rechtbank geoordeeld dat de gemiste omzet/winst, de kosten van “besturing van het conflict” en de juridische kosten zijn aan te merken als gevolgschade als bedoeld in de Exoneratieclausule, zodat die schade onder de reikwijdte van de exoneratie valt. Omstandigheden die maken dat het beroep op de Exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zijn volgens de rechtbank gesteld noch gebleken. De door BrightContact gestelde reputatieschade is afgewezen omdat die op geen enkele wijze is onderbouwd of anderszins aannemelijk is geworden. Ten aanzien van de door BrightContact gevorderde nakoming van de Overeenkomst door de Belastingdienst was de rechtbank van oordeel dat BrightContact onvoldoende heeft geconcretiseerd welk belang zij daarbij nog heeft. Nu de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, heeft BrightContact ten slotte naar het oordeel van de rechtbank ook geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht dat de Belastingdienst toerekenbaar is tekortgeschoten.
De vorderingen en de grieven in hoger beroep
remotegewerkte uren niet bewezen is dat deze zijn gemaakt; (ii) de Belastingdienst een effectiviteitskorting in mindering mocht brengen op de facturen; en (iii) de Belastingdienst tot verrekening van haar schade bevoegd was.
De beoordeling van het hoger beroep
grief 1komt BrightContact op tegen de afwijzing van de schadeposten die volgens de rechtbank vallen onder het begrip gevolgschade als bedoeld in de Exoneratieclausule. BrightContact stelt dat slechts die schade onder de Exoneratieclausule valt die in een verder verwijderd verband tot de tekortkoming staat of die niet voorzienbaar is. De verwijzing in de Exoneratieclausule naar “winst- of omzetderving” ziet volgens haar dan ook alleen op het uitsluiten van de gederfde winst of omzet die niet voorzienbaar is bij een toerekenbare tekortkoming en daarmee meer op afstand staat. Daarvan is in dit geval volgens haar geen sprake. De door haar gevorderde winstderving en de daarmee samenhangende juridische kosten en kosten van “besturing van het conflict” moeten dan ook worden toegewezen, aldus BrightContact.
grief 2betoogt BrightContact dat het beroep van de Belastingdienst op de Exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. BrightContact voert hiertoe aan dat (i) het Exoneratiebeding neerkomt op (nagenoeg) gehele uitsluiting van aansprakelijkheid van de Belastingdienst voor schade, terwijl (ii) aan BrightContact met betrekking tot de toerekenbare tekortkoming ten aanzien van de (kern)verplichting van de Belastingdienst om bepaalde diensten van BrightContact (en niet van derden) af te nemen geen andere remedies dan schadevergoeding ter beschikking staan. Daarnaast is volgens BrightContact van belang dat (iii) voor zover zij kan nagaan, er geen verzekeraars zijn waarbij ondernemers zich beroepsmatig kunnen verzekeren voor directe schade als gevolg van wanprestatie door een contractspartij ten aanzien van kernverplichtingen van de overeenkomst, en (iv) het Exoneratiebeding ongebruikelijk is voor overheidsinstellingen.
grief 4(op grief 3 komt het hof hierna terug) bestrijdt BrightContact het oordeel van de rechtbank dat BrightContact niet heeft aangetoond dat de uren van [naam 1] (hierna: [naam 1]) op 12 december 2014 (voor een bedrag van totaal € 592,-, exclusief btw), en de uren van [naam 2] (hierna: [naam 2]) in de eerste week van januari 2015 (voor een bedrag van totaal € 2.960,-, exclusief btw), daadwerkelijk zijn gemaakt.
on siteop het kantoor van de Belastingdienst, maar
remotehebben gewerkt. Vast staat dat [naam 1] en [naam 2] op die dagen niet
remotehebben ingelogd. BrightContact heeft in haar memorie van grieven betoogd dat de werkzaamheden door de CCI-specialisten steeds per e-mail zijn onderbouwd en toegelicht, en heeft daarbij verwezen naar de tussen partijen gevoerde correspondentie. In die correspondentie wordt echter slechts door BrightContact gesteld dat haar CCI-specialisten de betreffende uren hebben gewerkt, maar wordt die stelling niet of nauwelijks onderbouwd. Bij pleidooi heeft BrightContact ter onderbouwing van haar vordering een factuur van haar onderaannemer overgelegd. Uit die factuur blijkt echter niet dat deze mede ziet op de door de Belastingdienst betwiste uren, daargelaten nog dat als dat anders zou zijn, dat op zichzelf beschouwd de gestelde werkzaamheden nog niet zou bewijzen. De stelling van BrightContact dat het voor haar niet mogelijk is om nader te onderbouwen dat de betreffende uren remote is gewerkt, kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit komt immers voor haar eigen rekening en risico. Indien de Belastingdienst, zoals BrightContact stelt, in een vergelijkbare situatie de uren van een andere CCI-specialist wel zou hebben betaald, kan BrightContact daaraan ten slotte geen rechten ontlenen. Nu BrightContact niet heeft voldaan aan de op haar rustende plicht om, tegenover de gemotiveerde betwisting van de Belastingdienst, haar stelling voldoende te onderbouwen, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.
grief 5bestrijdt BrightContact het oordeel van de rechtbank dat de Belastingdienst op grond van artikelen 10.10 en 10.11 van de Overeenkomst bevoegd was op de facturen een effectiviteitskorting (hierna: de Effectiviteitskorting) van 25% respectievelijk 10% in te houden. In de eerste plaats betwist BrightContact dat haar CCI-specialisten niet (deels)
remotemochten werken. Daarnaast voert BrightContact aan dat de Effectiviteitskorting verkeerd is berekend. Het hof begrijpt dat BrightContact daarmee bedoelt te betogen, dat de korting alleen mag worden toegepast op die delen van de Facturen die betrekking hebben op werk dat niet juist is uitgevoerd (ook de Belastingdienst heeft dit onderdeel van de grief zo begrepen, zie memorie van antwoord nr. 3.67).
remotein plaats van
on sitehebben gewerkt.
remoteterwijl dat volgens de Belastingdienst niet was toegestaan.
grief 6bestrijdt BrightContact het oordeel van de rechtbank dat de Belastingdienst de kosten van € 2.947,68, inclusief btw, die hij stelt te hebben moeten maken voor het inhuren van een extern lid van het CCI-team in december 2014, ter vervanging van de niet
on siteaanwezige CCI-specialisten van BrightContact, mocht verrekenen met de Facturen. BrightContact stelt allereerst dat zij niet gehouden was de CCI-specialisten
on sitete leveren. Daarnaast betwist zij het causaal verband tussen de gestelde tekortkoming en de gestelde schade. Tijdens de afwezigheid van haar CCI-specialisten hebben zich volgens haar geen risico’s voorgedaan op het CCI-platform, terwijl er in voorgaande jaren ook altijd ruimte was voor het opnemen van vakantieverlof.
on siteaanwezigheid van een externe CCI-specialist dan toch noodzakelijk was, en dat de ingehuurde CCI-specialist werkzaamheden heeft uitgevoerd die anders door CCI-specialisten van BrightContact hadden moeten worden verricht. Het hof is daarom van oordeel dat, voor zover BrightContact toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de Overeenkomst doordat er geen CCI-specialisten
on siteaanwezig waren, het causaal verband tussen die tekortkoming en de kosten voor het inschakelen van een externe CCI-specialist niet is komen vast te staan. Het beroep op verrekening zal om die reden worden afgewezen. Dit betekent dat de Belastingdienst nog € 2.947,68, inclusief btw, aan BrightContact moet betalen. Grief 6 slaagt.
rief 3wijst BrightContact er (terecht) op dat de rechtbank heeft nagelaten om te oordelen over de vordering tot toewijzing van de wettelijke handelsrente over het uiteindelijk door de Belastingdienst op 25 november 2016 voldane bedrag van de Facturen van € 43.762,61 tot aan het moment van de betaling. BrightContact voert daarbij ook aan dat de wettelijke handelsrente (en niet de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro) van toepassing is, nu de Overeenkomst een handelstransactie met de overheid betreft.