Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 26 maart 2019
Attero Holding N.V.,
1. AON Nederland C.V.,
2. AON Netherlands Operations B.V.,
Het procesverloop in hoger beroep
De feiten en het geding in eerste aanleg
De omvang van het hoger beroep
De beoordeling van de grieven in het principale appel
1 Omvang van de dekking
“Verzekeringnemer
Essent N.V.
Verzekerde interest
Lot A
Definitie lot A.
Onder lot A wordt verstaan:
af te nemen. Attero heeft aangevoerd dat Aon de grootste verzekeringsmakelaar van Nederland is en zich beroept op haar hoge mate van specialisatie in, onder meer, de markt waarin Attero actief is, terwijl Aon als makelaar van Essent bovendien al jarenlang bekend was met AEC Moerdijk en de bedrijfsprocessen die zich daar afspeelden. Aon ontvangt bovendien van Attero jaarlijks een provisie van ongeveer € 500.000, aldus Attero.
geleverdzal kunnen worden. Dat in het bedrijfsschade-onderzoek van 14 maart 2007 op blz. 13 één keer, als één van de voornaamste machinebreukscenario’s, het woord “stoomturbine” voorkomt, maakt dit niet anders. Bij lezing van het gehele bedrijfsschade-onderzoek is evident dat enkel gekeken is naar de gevolgen van het uitvallen van de installaties van AEC Moerdijk. De installaties op het terrein van WKC Essent zijn in het geheel niet beschreven. Dit volgt verder ook uit de inleiding (onder 2) van het rapport, waar is opgenomen:
afnemenook op andere wijze kan worden afgedekt, bijvoorbeeld via het stoomleveringscontract, door overeen te komen dat een afnameverplichting (met bijhorende verplichting tot betaling van de overeengekomen vergoeding voor de stoom) bestaat indien door storingen bij de WKC Essent de stoom niet nuttig gebruikt kan worden. Dat het desbetreffende risico (van bedrijfsschade bij AEC Moerdijk/Attero als gevolg van machinebreuk bij de WKC Essent) wel verzekerbaar is, zoals Attero stelt – zij heeft inmiddels daartoe een verzekering gesloten bij FM Global – doet hier niet aan af. Het hof is van oordeel dat Attero onvoldoende heeft toegelicht dat Aon haar had moeten wijzen op het risico van bedrijfsschade dat zij zou lopen als bij WKC Essent de installaties zouden uitvallen. Dit risico vloeit namelijk in overwegende mate voort uit een contractuele regeling in het stoomleveringscontract voor de vierde verbrandingslijn en Attero heeft onvoldoende toegelicht dat Aon als redelijk handelend verzekeringstussenpersoon bij haar advisering met deze contractuele regeling rekening had moeten houden. Het hof overweegt in dat verband als volgt.
Insurance Vendor Due Diligence Reportvan 21 november 2008 (productie 6 bij inleidende dagvaarding):
“Anticipating that intercompany agreements on energy deliverance will be rearranged as a result of the proposed transaction, business interruption exposure for Essent Milieu will increase.”Naar het oordeel van het hof kan van een redelijk handelend en redelijk bekwaam verzekeringsadviseur niet worden verwacht dat hij zonder specifieke opdracht daartoe inventariseert hoe in de contracten met de afnemers de risicoverdeling bij incidenten is geregeld, teneinde daar eventueel verzekeringsadviezen aan te verbinden. Voor zover Attero meent dat zij in de omstandigheden van dit geval die verwachting wel mocht hebben, heeft Attero dit standpunt onvoldoende toegelicht. De aangehaalde zin uit het rapport van 21 november 2008 rechtvaardigt een dergelijke verwachting naar het oordeel van het hof niet. Dat klemt te meer nu de stoomleveringsovereenkomst met betrekking tot de vierde verbrandingslijn volgens de eigen stellingen van Attero op dit onderdeel afwijkt van de eerdere stoomleveringscontracten, en bovendien gelet op de hierboven genoemde verzekeringsadviezen (die alle dateren van vóór juni 2009, de datum van het stoomleveringscontract met betrekking tot de vierde lijn) voor Attero duidelijk moet zijn geweest dat het risico van machinebreuk bij WKC Essent niet is betrokken bij de vaststelling van het maximale bedrijfsschaderisico van AEC Moerdijk.
Het hof:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017;
- veroordeelt Attero in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Aon tot op heden begroot op € 5.200 aan verschotten en € 19.253,50 aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.