Partijen hadden tot 1 juni 2016 een relatie en zijn ouders van een minderjarige geboren in 2015. De vrouw heeft het eenhoofdig gezag en de minderjarige verblijft bij haar. De rechtbank had kinderalimentatie vastgesteld op €62 per maand vanaf 1 februari 2018. De vrouw vordert een hogere bijdrage met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2017, de man verzet zich hiertegen en verzoekt tevens om vervangende toestemming voor erkenning en gezamenlijk gezag.
Het hof bepaalt dat de ingangsdatum van de onderhoudsverplichting 1 februari 2018 is, omdat pas toen het vaderschap met een deskundigenrapport werd vastgesteld. De behoefte van de minderjarige is €640 per maand. De draagkracht van de vrouw kon niet worden vastgesteld wegens onvoldoende financiële gegevens. De man heeft een netto besteedbaar inkomen van €2.350 per maand en schulden bij DUO, ING en Santander die redelijk zijn en waarvoor hij maandelijks aflost.
Het hof houdt rekening met de aflossingen van deze schulden bij de draagkrachtberekening en komt uit op een draagkracht van €217,70 per maand. Gezien het ontbreken van een volledig draagkrachtbeeld van de vrouw bepaalt het hof dat de kosten gelijkelijk gedragen moeten worden. Het hof wijst het verzoek van de man om vervangende toestemming voor erkenning en gezamenlijk gezag af wegens niet-ontvankelijkheid. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.