ECLI:NL:GHDHA:2019:2176
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in kinderalimentatiezaak
In deze civiele zaak ging het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin kinderalimentatie was vastgesteld. De man stelde dat hij pas laat kennis had genomen van de beschikking en daarom tijdig hoger beroep had ingesteld.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De vrouw en de bijzondere curator voerden aan dat de man tijdig op de hoogte was gesteld, onder meer via betekening op zijn woonadres en correspondentie aan dat adres. Het hof stelde vast dat de man op het moment van betekening volgens de Basisregistratie Personen op het betreffende adres was ingeschreven en dat de beschikking rechtsgeldig was betekend.
Omdat de man het hoger beroep pas ruim na de beroepstermijn van drie maanden had ingesteld, verklaarde het hof hem niet-ontvankelijk. Dit betekende dat het verzoek tot schorsing van de beschikking zijn werking verloor en de oorspronkelijke beschikking bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.