ECLI:NL:GHDHA:2019:2048
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing verzoek wijziging kinderalimentatie wegens ontbreken rechtens relevante wijziging omstandigheden
De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die zijn verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie afwees. Hij stelde dat er meerdere wijzigingen van omstandigheden waren, waaronder gezinsuitbreiding, wijziging van inkomen en het vervallen van fiscale aftrekbaarheid. De vrouw betwistte de rechtens relevante aard van deze wijzigingen en stelde dat de man zijn stelplicht en bewijslast niet had voldaan.
Het hof stelde vast dat de kinderen uit het nieuwe huwelijk van de man deels vóór het echtscheidingsconvenant waren geboren en dat de geboorte van het tweede kind geen aanleiding gaf tot een eerder verzoek. Ook was het inkomen van de man niet gedaald, maar zelfs licht gestegen. De man had geen onderbouwde draagkrachtberekening overgelegd en geen concrete behoefte van de kinderen aangetoond.
Daarom concludeerde het hof dat er geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden was zoals bedoeld in artikel 1:401 lid 1 BW Pro, en dat de man onverminderd in staat was de bestaande onderhoudsverplichting te voldoen. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie af wegens het ontbreken van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden.