Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- de man;
- de advocaat van de pleegouders;
- [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het gerechtshof Den Haag het hoger beroep van de man behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam. De man verzocht om verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank, hetgeen door de rechtbank was afgewezen. Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de man meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de raadsheren, die eerder al door de wrakingskamers van Den Haag en Amsterdam waren afgewezen vanwege het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.
Het hof heeft deze tweede en derde wrakingsverzoeken buiten behandeling gelaten wegens evident misbruik van het wrakingsinstrument, waarbij het hof de rechtspraak van de Hoge Raad inzake misbruik toepaste. De man had bovendien geen advocaat meer en kon daardoor geen proceshandelingen verrichten. Na het buiten behandeling laten van de wrakingsverzoeken heeft het hof inhoudelijk het hoger beroep behandeld.
Het hof oordeelde vervolgens dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de bestreden beschikking van de rechtbank geen eindbeslissing is waartegen hoger beroep openstaat, en de rechtbank het hoger beroep niet had opengesteld. Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk, compenseerde de kosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens evident misbruik van wrakingsverzoeken en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verwijzing door de rechtbank.