ECLI:NL:GHDHA:2019:1930
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en afwikkeling huwelijkse voorwaarden met discussie over polis en kosten huishouding
In deze zaak staat de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de echtscheiding centraal tussen de vrouw en de man, die onder uitsluiting van gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Het geschil betreft onder meer de verdeling van een ASR polis, kosten van huishouding, premies, en diverse vorderingen en tegenvorderingen over betalingen en leningen.
De vrouw vordert onder meer betaling van bedragen voor premies en kosten van huishouding, terwijl de man onder meer vernietiging van bepaalde vonnissen en bewijslevering eist. Het hof beoordeelt per grief en oordeelt onder meer dat de polis tot het te verrekenen vermogen behoort en dat de waarde op de peildatum 16 mei 2013 moet worden aangehouden. De rechtbank heeft terecht kosten van de polis in mindering gebracht.
Verder oordeelt het hof dat de vrouw haar rechten met betrekking tot kosten van huishouding niet meer kan effectueren, dat de motorboot mede-eigendom is maar de waarde op € 1.000 moet worden gesteld, en dat de lening van € 250 niet bewezen is. De man hoeft de schilderkosten niet te betalen omdat deze lening niet aan hem toerekenbaar is. De proceskosten worden gecompenseerd en het hof wijst de meeste vorderingen van partijen af of wijzigt deze.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels het vonnis van de rechtbank over schilderkosten en premies en veroordeelt de man tot betaling van € 1.956,16 aan de vrouw, bekrachtigt het overige en compenseert de proceskosten.