Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 16 juli 2019 in het incident
FacilitylinQ B.V.,
Erasmus Universiteit Rotterdam,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
mock-upopstelling van de inrichting van de universiteitsbibliotheek (vgl. de aanduiding van het onderwerp van deze e-mail in productie 12 van FacilitylinQ in hoger beroep). FacilitylinQ is kennelijk van mening dat inzage in deze aanbieding haar standpunt zou kunnen ondersteunen dat het in de aanbesteding uitgevraagde ontwerp naar [naam B.V.] is toegeschreven. Dat kan niet op voorhand worden uitgesloten, zodat FacilitylinQ een rechtmatig belang heeft bij inzage in deze aanbieding. Op de vraag of deze aanbieding valt onder een geheimhoudingsplicht zal het hof hierna ingaan. Ten aanzien van de bijlagen bij de e-mails van 2 april 2015 en 3 juni 2016 geldt dat het College het Wob-verzoek van FacilitylinQ tot openbaarmaking heeft afgewezen met een beroep op artikel 10, tweede lid sub g Wob, met als reden dat openbaarmaking van deze bijlagen zou kunnen leiden tot onevenredige benadeling van EUR in de onderhavige procedure. Voor deze bijlagen geldt dus hetzelfde als hiervoor is overwogen met betrekking tot de stukken genoemd in rov. 10 onder (a): deze weigeringsgrond impliceert een belang van FacilitylinQ bij inzage in deze bescheiden.