ECLI:NL:GHDHA:2019:1827
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.W. van den Hurk
- H.P.Ch. van Dijk
- H.M.D. de Jong
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken mededeling recht op tegenonderzoek bij rijden onder invloed
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabinoïden op 25 januari 2015 te Pijnacker. Bij hem werd bloed afgenomen waaruit THC en 11-OH-THC werden vastgesteld, stoffen die de rijvaardigheid nadelig kunnen beïnvloeden.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de verdachte niet was gewezen op het recht om een tegenonderzoek te laten verrichten, een recht dat onder de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer strikt is gewaarborgd. Hierdoor kon het bloedonderzoek niet als een geldig 'onderzoek' worden aangemerkt en kon het resultaat niet als bewijs worden gebruikt.
Bij gebrek aan toereikend wettig bewijs vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 10 juli 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken mededeling recht op tegenonderzoek, waardoor bloedonderzoek niet als bewijs geldt.