ECLI:NL:GHDHA:2019:1819
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.H.N. Stollenwerck
- A.N. Labohm
- O.I.M. Ydema
- Rechtspraak.nl
Functioneel verschoningsrecht van verpleegkundigen bij testamentaire wilsbekwaamheid
In deze civiele zaak stond centraal of verpleegkundigen een beroep konden doen op het functioneel verschoningsrecht met betrekking tot hun kennis over de geestelijke gezondheid van de erflaatster bij het opstellen van haar testament op 6 januari 2012.
De jongste zoon, appellant, wilde bewijs leveren dat de erflaatster door Alzheimerdementie niet meer in staat was haar wil te bepalen. Getuigenverhoren werden gepland, maar de verpleegkundigen beriepen zich op hun verschoningsrecht. Het hof overwoog dat het verschoningsrecht een recht is van de beroepsgeheimhouder en dat de verpleegkundigen als zorgverleners vertrouwelijke medische informatie bezitten die zij zonder toestemming niet mogen delen, ook niet na overlijden van de cliënt.
Het hof oordeelde dat de verpleegkundigen terecht een beroep deden op het functioneel verschoningsrecht, ook al was niet vastgesteld dat zij in het BIG-register stonden ingeschreven. De informatie betreft immers hun medische en geestelijke kennis van de erflaatster, die onder het beroepsgeheim valt. Het beroep op het verschoningsrecht werd toegewezen, waardoor de getuigenverklaringen niet konden worden afgenomen. De zaak werd aangehouden voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: Het beroep op het functioneel verschoningsrecht van de verpleegkundigen wordt toegewezen, waardoor zij niet hoeven te getuigen over de medische en geestelijke toestand van de erflaatster.