ECLI:NL:GHDHA:2019:1500
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gebiedsverbod na verstreken termijn van verbod
Partijen zijn gehuwd en hebben drie jonge kinderen. De man kreeg in maart 2018 een huisverbod opgelegd door de burgemeester en in september 2018 een gebiedsverbod van zes maanden opgelegd door de voorzieningenrechter, waarbij hij contact met de vrouw en kinderen werd verboden.
De man ging in hoger beroep tegen dit gebiedsverbod en vorderde tevens schorsing van de tenuitvoerlegging. De vrouw stelde zich op het standpunt dat het verbod gehandhaafd moest blijven en stelde incidenteel appel in om het contactverbod te verlengen voor de duur van de hulpverlening.
Het hof oordeelde dat de termijn van zes maanden inmiddels was verstreken en dat de man geen belang meer had bij zijn vorderingen, ook niet voor schorsing. De inhoudelijke toetsing van het vonnis werd niet concreet onderbouwd door de man.
Daarom verwierp het hof zowel het hoger beroep van de man als het incidenteel hoger beroep van de vrouw. De proceskosten werden gedeeltelijk aan de man opgelegd voor de werkzaamheden van de advocaat van de vrouw bij het pleidooi, de overige kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep omdat de termijn van het gebiedsverbod is verstreken en legt de man gedeeltelijk proceskosten op.