ECLI:NL:GHDHA:2019:1492
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.H.N. Stollenwerck
- A.N. Labohm
- B. Breederveld
- Rechtspraak.nl
Aanhouding echtscheidingsprocedure in afwachting van Tunesische rechterlijke bevoegdheidsbeslissing
In deze civiele zaak staat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter centraal in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw die gehuwd zijn in Tunesië. De man startte eerder een echtscheidingsprocedure in Tunesië dan de vrouw in Nederland, waardoor de exceptie van litispendentie is opgeworpen.
De rechtbank Den Haag verklaarde zich eerder bevoegd en deed een beschikking met diverse voorzieningen, waaronder alimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. Het hof stelt vast dat tussen Nederland en Tunesië geen verdragen gelden over litispendentie, waardoor artikel 12 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is.
Gezien het feit dat de Tunesische rechterlijke bevoegdheid nog niet definitief is vastgesteld en de zaak daar eerder is aangebracht, besluit het hof de procedure aan te houden. Partijen worden verzocht het hof te informeren over de voortgang en uitkomst van de cassatieprocedure in Tunesië. De zaak wordt aangehouden tot 31 augustus 2019, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: De behandeling van de echtscheidingsprocedure wordt aangehouden tot 31 augustus 2019 in afwachting van de beslissing van de Tunesische rechter over zijn bevoegdheid.