ECLI:NL:GHDHA:2019:1245
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Nihilstelling onderhoudsbijdrage wegens onvoldoende onderbouwing behoefte jongmeerderjarige
De vader is gehuwd geweest met de moeder van de jongmeerderjarige, die sinds 1999 bij de moeder woont. Na de echtscheiding werd een maandelijkse bijdrage vastgesteld voor verzorging en opvoeding. Na het bereiken van meerderjarigheid van de jongmeerderjarige werd deze bijdrage omgezet in een onderhoudsbijdrage voor levensonderhoud en studie.
De rechtbank had de onderhoudsbijdrage verlaagd, maar de vader ging in hoger beroep en verzocht om nihilstelling van de bijdrage wegens het ontbreken van een aantoonbare behoefte van de jongmeerderjarige. De jongmeerderjarige verstrekte geen recente financiële gegevens en verscheen niet ter zitting, waardoor zijn behoefte niet kon worden vastgesteld.
Het hof oordeelde dat op grond van de wet ouders verplicht zijn bij te dragen aan kosten van levensonderhoud en studie van jongmeerderjarigen, maar dat de behoefte moet worden aangetoond. Door het ontbreken van actuele financiële stukken kon het hof de behoefte niet vaststellen en stelde daarom de onderhoudsbijdrage vanaf de meerderjarigheid op nihil. Tevens werd bepaald dat reeds betaalde bedragen niet hoeven te worden terugbetaald.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de vader aan de jongmeerderjarige wordt vanaf diens meerderjarigheid op nihil gesteld wegens onvoldoende onderbouwing van de behoefte.