Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 1 mei 2018 (bij vervroeging)
Global Stone B.V.,
[geïntimeerde/holding X] B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
dan wel om benadelingen van een of beide vennootschappen door [geïntimeerde/holding X] respectievelijk [holding Y]. Het gaat daarbij uitsluitend om benadelingen die aan [geïntimeerde/holding X] respectievelijk [holding Y] ernstig verwijtbaar zijn.
wiede boekingen of onttrekkingen heeft gedaan en aan wie ze ten goede zijn gekomen, kan ik in die gevallen ook niet concluderen dat de ene of andere partij zich heeft verrijkt en derhalve volledig moet opdraaien voor de gevolgen. Ook heb ik in die opdrachtbevestiging gewezen op het feit dat subjectiviteit in de uitvoering wellicht niet te vermijden is. (…) Echter, in veel gevallen is voor mij onvoldoende onomstotelijke benadeling van de vennootschap dan wel persoonlijke verrijking van [X] aangetoond.
enigeverantwoordelijke was voor onregelmatigheden. Zowel [Y] als [X] hebben tijdens het proces meermalen aangegeven dat afroompraktijken door hen beiden werden uitgevoerd.
€ 1.913,39
van de deskundige“zullen aanvaarden als bindend (advies)”. Het is dus niet juist dat Global Stone, doordat partijen de door [de deskundige] opgestelde opdrachtbevestiging hebben aanvaard, er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat – in afwijking van hetgeen is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting – het oordeel van de deskundige (al dan niet op bepaalde onderdelen) niet als bindend advies zou gelden. Een dergelijke – niet onaanzienlijke – wijziging van de inhoud van de in het proces-verbaal neergelegde regeling vergt immers uitdrukkelijke overeenstemming tussen partijen. Dat sprake was van zodanige overeenstemming is gesteld noch gebleken. Integendeel, door [X] Beheer is ter gelegenheid van het pleidooi nog toegelicht dat er van die zijde juist steeds van uit werd gegaan dat de deskundige het finale oordeel zou geven.
voorbehoudenom de rechtbank te verzoeken ten aanzien van bepaalde onderdelen van het geschil een tussenvonnis te wijzen. Global Stone heeft niets gesteld waaruit volgt dat zij er van uit mocht gaan dat [de deskundige] met betrekking tot bepaalde onderwerpen daadwerkelijk van dit recht gebruik zou maken, als een van beide partijen dat wenste. Global Stone heeft dit ook niet als voorwaarde aan het ondertekenen van de opdrachtbevestiging van de deskundige bedongen. Het stond de deskundige daarom vrij om enkel tot het voorleggen van bepaalde geschilpunten aan de rechtbank over te gaan in het geval partijen het daarover eens zouden zijn (en de deskundige dit nuttig of nodig vond).
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [X] om binnen 7 dagen na betekening van dit arrest de door haar gehouden aandelen in Global Stone voor € 1,= over te dragen aan [holding Y].;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt Global Stone in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde/holding X] tot op heden begroot op € 5.213,= aan verschotten en € 18.712,= aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.