Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 april 2018
[naam 1] ,
DCB PROJECTEN B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“De procedure over de in betaling gegeven woning is positief afgesloten: de rechtbank heeft de transactie vernietigd en de wederpartij veroordeeld tot terug levering van de woning. (…) De woning is inmiddels door de boedel verkocht, waarbij een deel van de koopsom (15%) aan de wederpartij is afgestaan.”
De rechtbank heeft DCB in het gelijk gesteld en [appellant] veroordeeld tot schadevergoeding op te maken bij staat, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. De reconventionele vorderingen van [appellant] tot – onder meer – opheffing van het beslag zijn afgewezen. [appellant] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen.
Gelet op het bovenstaande kunnen de vorderingen van DCB niet slagen.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
en voorts:
- veroordeelt DCB in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 1.725,31 aan verschotten, € 11.685,- (3 punten tarief VII) aan salaris advocaat en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,-, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.