Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 30 januari 2018
[de man] ,
[de vrouw] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
het hof begrijpt: strekkende tot vereffening van het huwelijksgoederenregime tussen partijen, op de door hem/haar voorgestelde wijze afgewezen.
- de man aan de vrouw dient te vergoeden de helft van de waarde van de door de man opgenomen bedragen, alsmede dat de schulden die zijn ontstaan (de debetstanden) in zijn geheel voor rekening van de man dienen te komen
- dat de man de helft van de met de woning verbonden lasten vanaf december 2010 aan de vrouw dient te vergoeden
- de vorderingen van de man zoals in eerste aanleg door hem aangevoerd, met inachtneming van 4.1 tot en met 4.4 van het tussenvonnis alsnog toe te wijzen en alle vorderingen van de vrouw - verweerster in eerste aanleg - zoals in eerste aanleg door haar aangevoerd te ontzeggen;
- de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen een bedrag ter hoogte van
- de vrouw te veroordelen aan de man te voldoen, uiterlijk binnen 14 dagen na het te dezen te wijzen arrest, de helft van de - nog nader vast te stellen - waarde van de [auto twee] , ten tijde van de peildatum;
- de vrouw te veroordelen om aan de man af te geven, uiterlijk binnen 14 dagen na het te dezen te wijzen arrest, het horloge van zijn vader, zijn laptop en overige computermaterialen alsmede zijn twee mobiele telefoons;
- de vrouw ex artikel 843a Rv. te veroordelen om aan de man inzage en afschriften te verschaffen van alle bankafschriften van de hiernavolgende rekeningnummers gerekend over de periode 23 december 2010 tot 23 juni 2011:
- de vorderingen van de vrouw zoals in eerste aanleg door haar aangevoerd, alsnog toe te wijzen en alle vorderingen van de man zoals in eerst aanleg door hem aangevoerd af te wijzen;
- de man ex artikel 843a Rv. te veroordelen om aan de vrouw inzage en afschriften te verschaffen van alle bankafschriften van de hiernavolgende rekeningnummers gerekend over de periode 23 december 2010 tot en met 23 juni 2011:
- de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen, uiterlijk binnen 14 dagen na het te dezen te wijzen arrest, een nader vast te stellen bedrag uit hoofde van de verdeling van de saldi van de hiervoor vermelde rekeningen per peildatum;
- te bepalen dat de man aan de vrouw dient te voldoen ter zake de onderwaarde van de woning een bedrag ad € 6.699,-;
- te bepalen dat de man aan de vrouw dient te voldoen ter zake de aan de woning verbonden lasten een bedrag ad € 18.822,06.
Het geschil
mede-eigendom van partijen behoort, zodat hun aandelen in de mede-eigendom op grond van het derde lid van voormeld artikel verwervingen zijn die in de vereffening moeten worden betrokken.
€ 4.500,- + € 83,- + € 200,- + € 11,65 = € 10.794,65 aan de verwervingen toe te voegen. De vrouw dient een bedrag van € 11.000,- aan de verwervingen toe te voegen, overeenkomstig het totaalbedrag dat zij onweersproken in contanten heeft opgenomen en dat blijkt uit de producties 7 en 8 bij de inleidende dagvaarding van de man. De door beide partijen ingestelde vorderingen ex artikel 843a Rv zullen worden afgewezen nu partijen daarbij geen belang meer hebben.