ECLI:NL:GHDHA:2018:678
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J.J. van den Honert
- W.P.C.M. Bruinsma
- T.B. Trotman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: nietigheid eerste aanleg wegens verstek zonder aanwezigheid verdachte
In deze strafzaak was de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken. De verdachte was echter op de zitting van 25 juli 2017 uit anderen hoofde gedetineerd en was niet aanwezig bij de behandeling van zijn zaak. Hoewel de dagvaarding aan de verdachte was uitgereikt, had hij geen afstandsverklaring getekend van zijn recht om aanwezig te zijn.
De raadsman van de verdachte stelde in hoger beroep dat het onderzoek in eerste aanleg nietig verklaard moest worden vanwege het ontbreken van de aanwezigheid van de verdachte zonder afstand van dit recht. De advocaat-generaal ondersteunde dit standpunt en vorderde vernietiging van het vonnis en terugwijzing van de zaak.
Het hof constateerde dat de politierechter ten onrechte verstek had verleend en het onderzoek was aangevangen zonder de verdachte. Gelet op het grote belang van de verdachte om aanwezig te zijn, oordeelde het hof dat het vonnis vernietigd moest worden en de zaak moest worden terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam voor een nieuwe berechting in aanwezigheid van de verdachte.
Het arrest werd gewezen door mr. M.J.J. van den Honert, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. T.B. Trotman, waarbij Bruinsma niet ondertekende wegens afwezigheid.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug voor nieuwe berechting in aanwezigheid van de verdachte.