ECLI:NL:GHDHA:2018:663
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en niet-ontvankelijkheid contactregeling vader
In deze civiele zaak is het geschil ontstaan na de ontbinding van het huwelijk van partijen en betreft het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen geboren in 2011 en 2014. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de moeder toegekend wegens ernstige communicatieproblemen en het risico dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en verzocht om herstel van zijn gezag en een contactregeling met de kinderen. De moeder verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen en maakte bezwaar tegen het contactverzoek. De vader erkende de gebrekkige communicatie maar stelde dat hij zijn verantwoordelijkheid wilde nemen en dat hulptrajecten openstonden om de situatie te verbeteren.
Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat gezamenlijk gezag mogelijk was vanwege de ernstige communicatieproblemen en het onaanvaardbare risico voor de kinderen. De vader was niet verschenen bij de mondelinge behandeling en had geen advocaat meer, waardoor zijn stellingen niet nader waren toegelicht. De moeder had bovendien een geheim adres opgegeven en de kinderen volgden therapie. Het hof verklaarde het verzoek tot contactregeling niet-ontvankelijk omdat dit een nieuw verzoek was in hoger beroep en de moeder hiertegen bezwaar maakte.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en beëindigde het gezamenlijk gezag, waarbij het gezag aan de moeder toekomt. De beslissing is genomen met het oog op het belang en de veiligheid van de minderjarige kinderen en de onmogelijkheid van een goede gezamenlijke gezagsuitoefening.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vaststelling van een contactregeling.