ECLI:NL:GHDHA:2018:659
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beschikking over verdeling huwelijksgemeenschap en pensioenverevening na echtscheiding
In deze zaak staat de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de afwikkeling van de pensioenrechten van de vrouw centraal. De vrouw verzocht het hof om vernietiging van de eerdere beschikking en alsnog een verdeling waarbij ieder toebedeeld krijgt wat hij of zij bezit en het pensioenrecht volledig aan haar wordt toegekend.
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die haar verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap en pensioenverevening had afgewezen. De man is niet verschenen en heeft geen bekende verblijfplaats in Nederland. Het hof acht de man rechtsgeldig opgeroepen.
Het hof stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van de nevenvoorzieningen bij echtscheiding, waaronder de verdeling van de huwelijksgemeenschap en pensioenverevening. Het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door Nederlands recht, omdat partijen hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk in Nederland hadden.
Feitelijk is de huwelijksgemeenschap, bestaande uit de inboedel van partijen, reeds verdeeld door partijen zelf. Hierdoor ontbreekt rechtsmacht om de verdeling alsnog vast te stellen. Ten aanzien van de pensioenrechten wijst het hof het verzoek af omdat partijen geen schriftelijke overeenkomst of huwelijkse voorwaarden hebben gesloten die de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding uitsluiten.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap en pensioenverevening af en bekrachtigt de bestreden beschikking.