ECLI:NL:GHDHA:2018:560
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling door instabiele gezinssituatie
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Den Haag op 21 maart 2018 in hoger beroep het verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen toegewezen. De ouders zijn feitelijk uit elkaar gegaan en de kinderen verblijven bij de vader. De moeder heeft een verzoek tot voorlopige voorzieningen ingediend en de raad heeft een ondertoezichtstelling bepleit vanwege bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.
De rechtbank Rotterdam had het verzoek tot ondertoezichtstelling eerder afgewezen. De raad stelde dat de situatie verslechterd was, met name door de problematiek van de vader, waaronder agressieregulatieproblemen, antisociale persoonlijkheidsproblematiek en middelengebruik. De vader was onvoorspelbaar en had de behandeling nog niet gestart. De spanningen tussen de ouders beïnvloedden negatief het gevoel van veiligheid en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.
De moeder steunde het verzoek en benadrukte de noodzaak van een gezinsvoogd die kan ingrijpen bij escalaties. De vader betwistte de noodzaak en stelde dat de kinderen zich goed ontwikkelen en dat het uit elkaar gaan rust bracht. De gecertificeerde instelling onderschreef de zorg over de instabiliteit en spanningen.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege de bedreigde ontwikkeling van de jonge kinderen in een onstabiele en gespannen situatie, het ontbreken van overeenstemming over de zorgregeling en de onzekerheid over de toekomst. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde de kinderen onder toezicht voor de duur van twaalf maanden vanaf de uitspraak.
Uitkomst: Het hof stelt de minderjarige kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling voor de duur van twaalf maanden.