ECLI:NL:GHDHA:2018:558
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verlening machtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks verzoek moeder tot thuisplaatsing
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige dochter bij een pleeggezin. De moeder verzoekt vernietiging van de beschikking en pleit voor thuisplaatsing of een beperking van de duur van de machtiging met actieve inzet op terugplaatsing. Subsidiair vraagt zij om een gezinsopname of een contra-expertise door het NIFP.
De gecertificeerde instelling en pleegzorg stellen dat verlenging noodzakelijk is vanwege de kwetsbare ontwikkeling van de minderjarige, die lijdt aan een reactieve hechtingsstoornis, posttraumatische stressstoornis en ontwikkelingsachterstand. De pleegouders bieden intensieve zorg en begeleiding, en de minderjarige heeft zich aan hen gehecht. De moeder zou niet in staat zijn de benodigde zorg te bieden.
Het hof overweegt dat de rechtbank de juiste gronden heeft aangelegd en dat geen nieuwe feiten een andere beslissing rechtvaardigen. Het belang van de positieve ontwikkeling van het kind en de continuïteit van de vertrouwde omgeving wegen zwaar. Het verzoek tot een deskundigenonderzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst de verzoeken van de moeder af.
Uitkomst: Het hof verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de moeder tot thuisplaatsing af.