Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[naam verdachte],
op ofomstreeks 11 november 2015 te Vlaardingen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [A] van het leven te beroven, met dat opzet
, althans eenmaal (met kracht) in/op/tegen
het gezicht, althanshet hoofd heeft geslagen/gestompt
(ten gevolge waarvan die [A] ten val is gekomen),en
/of
meermalen, althans eenmaal (met kracht) in/op/tegen
het gezicht, althanshet hoofd heeft getrapt/geschopt/gestampt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
of omstreeks26 oktober 2015 te Maassluis met het oogmerk van wederrechtelijke toe
-eëigening heeft weggenomen twee
, althans één, blik
(jes
)bier
, in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan Supermarkt X
(gelegen aan de [adres]
), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd
voorafgegaan en/of vergezeld en/ofgevolgd van
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [B] (werkzaam bij de Supermarkt X), gepleegd met het oogmerk
om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/ofom bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/ofwelke bedreiging met geweld bestond
(en)uit het
(daarbij) (op dreigende wijze
)toevoegen van de woorden aan die [B]"ik sta op duizenden camerabeelden, je moet me niet meer aanraken, als je dit toch doet, steek ik je in je nek" en
/of
(daarbij
)met zijn, verdachtes, hand richting zijn, verdachtes, broekzak gaan.
mogelijkbij de verdachte sprake was van (grote) boosheid, die heviger
zou kunnen zijngeworden toen de verdachte ontdekte dat hij de bij zijn aanhouding vastgestelde snij- of steekwond had. De raadsman acht het aannemelijk dat die boosheid vervolgens de overschrijding van de redelijke grenzen van de verdediging heeft beïnvloed.
‘Betrouwbaarheid verklaringen van de getuigen [C] en [D]overwogene ten aanzien van de mogelijke geweldsincidenten vóór het incident in de Zomerstraat - dit verweer niet aannemelijk is geworden.
poging tot doodslag.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren.
€ 260.248,12 (tweehonderdzestigduizend tweehonderdachtenveertig euro en twaalf cent) bestaande uit € 10.248,12 (tienduizend tweehonderdachtenveertig euro en twaalf cent) materiële schade en € 250.000,00 (tweehonderdvijftigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 260.248,12 (tweehonderdzestigduizend tweehonderdachtenveertig euro en twaalf cent) bestaande uit € 10.248,12 (tienduizend tweehonderdachtenveertig euro en twaalf cent) materiële schade en € 250.000,00 (tweehonderdvijftigduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.