Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 20 maart 2018
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
”
”
”
opstalverzekering geen mededeling is gedaan van het strafrechtelijk verleden van [X] . Nationale-Nederlanden betoogt dat zij ten onrechte niet is toegelaten om bewijs te leveren van haar stelling, dat [geïntimeerde] en [X] reeds ten tijde van de aanvraag van de opstalverzekering in gezinsverband samenwoonden.
voorzover deze persoon financieel belang heeft bij de verzekerde zaken, zoals door mede-eigendom”. Van mede-eigendom is geen sprake. Dat [X] als mede-bewoner enig belang heeft bij de woning, in die zin dat hij door schade aan de woning in zijn woongenot wordt beperkt, maakt niet dat sprake is van een financieel belang in bovengenoemde zin. Gesteld noch gebleken is immers dat [X] voor het door Nationale-Nederlanden bedoelde financiele belang ook recht op een uitkering kon krijgen. Nationale-Nederlanden heeft in eerste aanleg nog aangevoerd dat [geïntimeerde] en [X] mogelijk gehuwd zijn en dat de verzekerde zaken in een gemeenschap zouden kunnen vallen. Deze stelling acht het hof echter onvoldoende toegelicht. Hetzelfde geldt voor de – door [geïntimeerde] betwiste – stelling dat “niet kan worden uitgesloten dat [X] ) achter de schermen de woning gedeeltelijk financierde c.q. de hypotheeklasten (gedeeltelijk) droeg”.
inboedelverzekering, dit geen rol speelt bij de beoordeling van de mededelingsplicht bij het aangaan van die verzekering. De inboedelverzekering is immers door [geïntimeerde] reeds gesloten in 1996, dat wil zeggen voordat sprake was van een affectieve relatie tussen [geïntimeerde] en [X] .
Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- veroordeelt Nationale-Nederlanden in het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 314,= aan griffierecht en € 1.631,= aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.