ECLI:NL:GHDHA:2018:455
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijdrage kosten huishouding bij echtscheiding onder huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij de kosten van de huishouding gezamenlijk moeten worden gedragen. Na het verlaten van de echtelijke woning door de man en het indienen van het echtscheidingsverzoek, vordert de vrouw betaling van een hogere bijdrage in de kosten van de huishouding op grond van de huwelijkse voorwaarden.
De vrouw stelt dat de man op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de huwelijkse voorwaarden € 13.047,- per maand moet bijdragen, terwijl de man betwist dat deze bepaling nog van kracht is nu zij niet meer samenwonen en de echtscheidingsprocedure loopt. Het hof oordeelt dat de uitleg van deze bepaling in het midden kan blijven, maar dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de huidige bijdrage onvoldoende is om in de kosten van de huishouding te voorzien.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter dat de vordering van de vrouw wordt afgewezen en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De vrouw kan in de bodemprocedure de uitleg van de huwelijkse voorwaarden en de verrekening nader laten beoordelen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de man niet verplicht is tot een hogere bijdrage in de kosten van de huishouding.