ECLI:NL:GHDHA:2018:453
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling gezamenlijke woning en financiële geschillen na beëindiging affectieve relatie
Partijen hadden een affectieve relatie zonder samenlevingsovereenkomst en waren gezamenlijk eigenaar van een woning met een hypothecaire lening van €500.000,-. Na beëindiging van de relatie in 2015 ontstonden geschillen over de verdeling van de woning, hypotheekschuld, gebruiksvergoeding, kosten overdracht, flexibel krediet, inboedel en overige financiële vorderingen.
De rechtbank had bepaald dat de woning aan de vrouw werd toegewezen, met betaling aan de man wegens overbedeling en gedeelde kosten van overdracht. De man stelde dat zijn aandeel in de hypotheekschuld lager was en vorderde een gebruiksvergoeding en vergoeding van kosten van het flexibel krediet en kinderopvangtoeslag. De vrouw stelde onder meer dat haar vergoedingsrecht hoger was en dat er geen stilzwijgende afspraken waren over gezamenlijke kosten.
Het hof oordeelde dat de hypotheekschuld gelijkelijk verdeeld blijft, de vrouw een vergoedingsrecht van €18.588,- heeft, en dat de kosten overdracht redelijkerwijs door partijen gedeeld moeten worden. Het hof wees de vorderingen van de man tot gebruiksvergoeding, aanvullende betalingen en verrekening af, evenals de vorderingen van de vrouw die niet binnen de procedure vielen of onvoldoende waren onderbouwd. De proceskosten worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst aanvullende vorderingen af, waarbij partijen elk hun eigen kosten dragen.