De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een voertuig met een ademalcoholgehalte van 945 microgram per liter, ruim boven de wettelijke limiet. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en het bewezen verklaarde feit bevestigd.
De verdediging voerde aan dat het alcoholonderzoek niet rechtsgeldig was omdat geen tolk was ingeschakeld om de uitslag van de ademanalyse aan de verdachte mee te delen, en dat er sprake was van vormverzuimen, waaronder het ontbreken van consultatiebijstand voorafgaand aan het verhoor. Het hof oordeelde dat de uitslag wel op een begrijpelijke wijze was medegedeeld door een Duitstalige opsporingsambtenaar en verwierp het verweer dat het onderzoek niet aan de wettelijke eisen voldeed. Wel werd de verklaring van de verdachte aan de politie uitgesloten vanwege het ontbreken van ondubbelzinnige afstand van het recht op consultatiebijstand.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte onder invloed van alcohol reed, maar besloot geen straf of maatregel op te leggen vanwege de relatieve ouderdom van het feit en het ontbreken van soortgelijke incidenten na het onderhavige feit. Hiermee werd het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan zonder strafoplegging.